Leestekens landschap


Leestekens van het landschap (4)

KERKENPAD Keeken

Lopen was vroeger dé manier om je te verplaatsen. Naast wegen zijn er ook voetpaden, met een bepaald doel of bestemming. Zoals de Commiezenpaden via welke de grens werd bewaakt tegen smokkelaars.  Kerkenpaden verbonden boerderijen en gehuchten - meestal via de kortste afstand - met de kerk en werden vooral zondags gebruikt voor wekelijkse kerkgang. 

Even over de Nederlands-Duitse grens in Millingen vinden we hiervan een prachtig voorbeeld: het fraaie kerkenpad in het Duitse Duffelt dorp Keeken, waar dit pad al eeuwenlang en tot op de dag van vandaag in gebruik is. 

Reeds op de ‘Karte des Amts und der Deichschau Düffel´ uit 1667, is dit pad al aanwezig. Destijds o.m. in gebruik bij de bewoners van ‘Beckers Halber Hof’, het huidige aan de Klever Strasze gelegen "Im Gārtchen en Infozentrum de Duffelt”. 

Heden ten dage zijn het niet alleen meer de kerkgangers, die eeuwenlang de kortste weg naar  de kerk namen, doch ook veel dagjesmensen weten dit fraaie wandelpad te vinden. Nu ook voor een bezoekje aan de pittoreske dorpskern van Keeken.








Rechts: historische kaart Keeken uit 1835, waarop het Kerkenpad als Fussweg is aangeduid.





Leestekens van het landschap (3)

WACHTTOREN uit de Koude Oorlog in GROESBEEK

Verscholen in het groen van het Nederrijkswald onder Groesbeek staat een verlaten uitzichttoren. Het betreft  een luchtwachttoren en vormt in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw een uitkijkpost, gebruikt voor het afzoeken van het luchtruim van Nederland naar Russische vliegtuigen. Dit in het kader van Koude Oorlog. De luchtwachttorens worden bemand door luchtwachters van het Korps Luchtwachtdienst (KLD). Radar staat nog in de kinderschoenen. En zo wordt in 1950 het KLD opgericht, bestaande uit vrijwilligers, die de luchtwachttorens moeten gaan bemannen. Het Centrale Bouwbureau van de Genie wordt belast met het ontwerpen en bouwen van de speciale torens. Een toren van beton was vanuit financieel oogpunt goedkoop, weinig onderhoud en technisch zeer geschikt. En zo valt de keus op een systeem van geprefabriceerde betonnen raatbouwelementen. De bouw start in de herfst van 1951 en duurt tot eind jaren vijftig. De toegangsdeur van de toren is van hout. De toren in Groesbeek is gebouwd in ± 1954, bestaat uit losse betonnen rechthoeken, de raten. Een inwendige trap leidt naar het openlucht-observatieplatform. Dit heeft een omtrek van 3 x 3 meter met een 1,5 meter borstwering. Het observatieplatform is rondom betegeld ter bescherming van de bemanning. Aan de zuidwestzijde van dit platform is een schuilnis. In het midden staat het luchtwacht instrument - zichtbaar op de foto - met een daarop gemonteerd statief met vizier, een losse kijker en een aanwijsnaald. Met waarnemingen van drie torens/posten wordt via driehoeksmeting de positie van het waargenomen vliegtuig bepaald.  Waarnemingen van de Groesbeekse KLDérs  moeten worden gemeld aan de commandopost  van de sector Eindhoven. Technologische ontwikkelingen gaan echter zo snel dat het systeem eigenlijk al is verouderd, voordat het goed en wel operationeel is. De vliegtuigen vliegen steeds hoger en sneller en zijn met ‘oog en oor’ nauwelijks nog waarneembaar. Het hele netwerk heeft nooit in een oorlogssituatie gefunctioneerd. In juni 1968 wordt het KLD opgeheven. In 1988 draagt het ministerie van Binnenlandse Zaken de toren over aan de gemeente Groesbeek. Nadien heeft de toren nog gediend als zendmast. Thans rest een stille getuige in Groesbeek herinnerend aan de Koude Oorlog periode. Gedurende het operationele tijdperk wordt één Russisch vliegtuig waargenomen. 

(Foto: Fred Kort; Topografische kaart: Gemeente Berg & Dal; bewerkt door auteur Jan van Eck).


 



Leestekens van het landschap (2)

In de Erlecomse Waard – gelegen in de knik Erlecomsedam (in de volksmond ‘de Driedijk’) met Duffeltdijk bevinden zich enkele landschapselementen die alles te maken hebben met de rivier de Waal.

Kort bij de dijk staat een Peilschaal van Rijkswaterstaat. Op bijgaande foto geeft deze schaal de uitzonderlijk hoge waterstand aan op maandag 30 januari 1995. Het water van de Waal staat hoog tegen de Erlecomsedam en Duffeltdijk. De bevolking is verplicht geëvacueerd, vanwege dreigende dijkdoorbraak.

Peilschaal Rijkswaterstaat bij Erlecomsedam (foto Jan van Eck)


Vanaf de Duffeltdijk loopt een dam – op de top.kaart aangegeven met visgraatstreepje – dwars op de rivier. De dam heeft een hoogte van 1/1,25 m. Deze diende om bij stijgend water, vanaf Lobith, de Erlecomse Waard nog even te vrijwaren van water, ten gerieve van agrarische activiteiten in de uiterwaard. Als de druk op de dam te zwaar werd, gaan de deuren van de Sluis (aangegeven met ´Sl´ op de kaart) open. Daarmee ontstaat tegendruk waardoor de dam in takt blijft. Deze sluis vormde een prachtig landschapselement en was tot aan de sloop daarvan, in de tweede helft van de vorige eeuw,  een blikvanger in de uiterwaard.

Topografische kaart nr. 119 uit: Topografische Atlas Gelderland 1:25.000. Den Haag 2004, ANWB en Topografische Dienst Kadaster


Ook de twee kolken tegen de Erlecomsedam zijn landschapselementen. Deze zijn door mensenhanden ontstaand: uitgebaggerd voor de kleiwinning voor de steenfabricage van T & A in Erlecom. Ze dragen de toepasselijke naam van Dam- , respectievelijk Sluiskolk.In het kader van ´Ruimte voor de Rivier´ is er thans voor ‘obstakels’ geen plaats meer in de uiterwaarden. En ook voor agrarische activiteiten is de uiterwaard thans ´verboden gebied´. De natuur krijgt terug wat de mens haar heeft afgenomen.


De thans gesloopte sluis in de Erlecomse Waard. Ook het dammetje is op deze foto duidelijke zichtbaar (foto Jan Nielen)

 





LANDSCHAPSELEMENTEN: leestekens van het landschap.

Onder deze titel – uitgegeven door Landschapsbeheer Nederland – worden 188 landschapselementen in kort bestek verklaard. Van bakhuisje tot zwerfsteen,  van kazemat tot veerstoep,  van steenfabriek tot windmolen en van meetstoel tot militair werk. 

`Het Nederlandse landschap is ontstaan door de wisselwerking tussen mens en natuur`, zo lezen we in de Inleiding, `we kunnen zien hoe onze voorouders het landschap geschikt hebben gemaakt voor bewoning en agrarisch gebruik, hoe ze het land hebben ingepolderd, ontwaterd, afgegraven en ingericht. Als we het landschap zien als een geschiedenisboek , dan kunnen de structuren in het landschap worden gezien als de alinea´s.  En de individuele elementen als de leestekens van het landschap`. 

Twee voorbeelden

We laten hier twee landschapselementen de revue passeren. Een wel heel bijzonder element is de Meetstoel,waarvan de omschrijving luidt: Meetopstelling voor landmeters bij het vastleggen van het vaarten- en wegenpatroon van het nieuwe land.  Voordat in de huidige Noordoostpolder de daadwerkelijke ontwatering van het drooggemaakte land plaats kon vinden zijn kanalen en vaarten gegraven. Hierdoor was door middel van Snellius-metingen aan de hand van kerk- en watertorens op het oude land- een exacte plaatsbepaling op het open water noodzakelijk. Meetstoelen bestaande uit hoge palen met een platform vormden deze vaste meetpunten op het open  water. Veel van deze meetstoelen zijn door materiaal schaarste na de oorlog gesloopt. In de buurt van Biddinghuizen staat nog een overgebleven meetstoel. In het Kuinderbos is onlangs een meetstoel in zijn geheel gereconstrueerd. (Zie foto) 

Landweer. 

Dit landschapselement wordt als volgt omschreven: Laatmiddeleeuws (vaak veertiende of vijftiende eeuws) met struikgewas (doornenstruiken) begroeide aarden verdedigingswallen. Een aparte categorie binnen de verdedigingsbouw van de Middeleeuwen vormen de landweren. Dit soort wallen had geen echte militaire functie, maar werd aangelegd om het grondgebied rond een nederzetting te beveiligen tegen ongewenste bezoekers. Ze zijn zo´n 2 meter hoog en 4 tot 10 meter breed en bezitten meestal aan weerszijden droge grachten. Bij het aanleggen van een landweer groef men soms wel drie grachten naast elkaar en wierp men daartussen wallen op. Deze aarden wallen werden dicht beplant met doornstruiken en kreupelhout, waardoor doorgang werd verhinderd.